zebra

 

home
Contact
trefwoorden
Google

 

Behandeling met somatostatine analogen bij NET
Tot op heden zijn er geen medicijnen die leiden tot genezing van NET. Alle medicatie die op dit moment wordt gebruikt, is gericht op het remmen van de tumorgroei en het bestrijden van de bijverschijnselen van hormoon producerende NET.
Volgens de richtlijn wordt bij goed gedifferentieerde NET gestart met somatostatine analogen. Dit is de naam van de groep van medicijnen, zie tabel.

 

Injecties met octreotide en lanreotide
Octreotide en lanreotide zijn stoffen die zich, net als somatostatine, binden aan de somatostatine receptoren. Dit zijn de aangrijpingspunten op de NET.  Door deze binding wordt de productie van peptiden (hormonen) geremd, waardoor de klachten van o.a. het carcinoïdsyndroom, zoals diarree, buikkrampen en opvliegers, afnemen.
Beide middelen kunnen ook de tumorgroei remmen en worden daarom vaak als eerste medicijn ingezet bij de goed gedifferentieerde NET graad 1 en 2.

Twee soorten somatostatine analogen die bij NET werkzaam zijn:

  • Octreotide is de naam van de werkzame stof in de injectie. De naam van het merk is Sandostatine.
  • Lanreotide is de naam van de werkzame stof in de injectie. De naam van het merk is Somatuline.

De stofnamen en de merknamen worden door artsen en patiënten vaak door elkaar gebruikt en dat geeft patiënten soms het idee dat er veel meer soorten zijn.

 

Voordelen octreotide en lanreotide
Het effect van octreotide en lanreotide is snel merkbaar als mensen last hebben van hormoonproducerende tumoren zoals NET met carcinoïdsyndroom.  Uit het urineonderzoek en het bloedonderzoek kan blijken of de uitscheiding van 5-HIAA in de urine of de chromogranineA waarden in het  bloed dalen.

Omdat deze middelen ook worden gegeven om de tumorgroei af te remmen (ook bij niet-hormoonproducerende NET) wordt een paar maal per jaar gecontroleerd met een CT scan of de injecties -nog- effectief zijn voor de remming van de tumorgroei. Zolang de groei van de tumoren afneemt of wordt geremd, worden deze middelen gebruikt.

 

Er zijn verschillende toedieningsvormen:
Somatostatine kan op verschillende manieren worden toegediend. Er zijn kortwerkende injecties, die elke dag een aantal keren toegediend worden door de patiënt of een naaste.
En er zijn langwerkende injecties die 3-4 weken werkzaam zijn en toegediend  moeten worden door een arts of een verpleegkundige.

 

Octreotide langwerkend
Deze injectie is een zogeheten depot wat in het lichaam bewaard blijft en de stoffen geleidelijk afgeeft gedurende 3 tot 4 weken. Elke 3 tot 4 weken moet er opnieuw een injectie worden toegediend in de spier (intramusculair) in de bil/heupstreek.
Deze injectie wordt toegediend door een arts of een getrainde verpleegkundige. Het is van groot belang om bij de toediening van de injectie het spuitprotocol exact te volgen omdat anders de spuit niet goed werkt en onnodig klachten veroorzaakt.
Bijsluiter Sandostatine LAR

 

Octreotide kortwerkend
Het kortwerkende middel is direct werkzaam. Om te kijken of de behandeling goed wordt verdragen, bij een hormoonproducerende tumor, wordt soms eerst gestart met kortwerkend octreotide. Dit wordt met onderhuidse (subcutane = s.c.) injecties, twee tot drie maal per dag, door de patiënt zelf toegediend.
Bij de overgang van het kortwerkende octreotide naar het langwerkende octreotide wordt aanbevolen om het kortwerkende middel nog 14 dagen te blijven gebruiken.

Er zijn verschillende merken in omloop van het kortwerkend octreotide omdat er inmiddels ook diverse generieke (patentloze) merken op de markt zijn. Er zijn kant en klare kortwerkende injecties (merk Siroctid) en er zijn kortwerkende injecties (Sandostatine en diverse generieke middelen) waarbij de injectievloeistof nog in de spuit moet worden opgezogen uit een flacon.
Het prijsverschil is miniem, dus overleg met de behandelend arts en de zorgverzekeraar wat voor u het meest handig is en wat door de zorgverzekering wordt vergoed.
Bijsluiters
Siroctid kortwerkend
Sandostatine kortwerkend

 

Lanreotide langwerkend
Deze injectie is een zogeheten depot wat in het lichaam bewaard blijft en de stoffen geleidelijk afgeeft gedurende 3 tot 4 weken. Elke 3 tot 4 weken moet er opnieuw een injectie diep onderhuids (subcutaan) worden ingespoten (bilstreek of bovenbeen).
De injecties worden door een arts of een getrainde verpleegkundige toegediend. Alleen na een gedegen training kan de patiënt zelf of een verzorger van de patiënt eventueel de injecties toedienen.
Bijsluiter Somatuline Autosolution

 

Bijwerkingen octreotide en lanreotide
Er zijn slechts kleine verschillen in de werking van octreotide en lanreotide. De bijwerkingen vallen mee en de medicijnen geven hoofdzakelijk in de beginperiode klachten. Soms nemen de klachten zoals vette, dunne ontlasting en buikkrampen eerst toe, maar dat gaat na enkele weken meestal over. Soms is de geur van de ontlasting indringend maar dit kan ook andere oorzaken hebben. Door het gebruik van octreotide of lanreotide is er een grotere kans op het ontstaan van galstenen.
Als u bijwerkingen ondervindt, neem dan contact op met uw (verpleegkundig) specialist.

 

Bijspuiten met kortwerkend octreotide
Als u alleen nog met het langwerkende octreotide of lanreotide wordt behandeld, kan er soms tussentijds een dag voorkomen met ernstige klachten van diarree of opvliegers. Overleg dit met uw arts en vraag eventueel om extra kortwerkende injecties. U kunt deze kortwerkende octreotide dan zelf toedienen als het nodig is.
Het kortwerkende octreotide kan zowel naast de langwerkende octreotide als de langwerkende lanreotide gebruikt worden.

 

 

facebook YouTube Twitter